Zolang we geen ja zeggen tegen wie we nu zijn, in al onze positieve èn negatieve aspecten, is het niet mogelijk om te veranderen. Moet ik mijn karakter dan veranderen?, hoor ik vaak in persoonlijke gesprekken en in groepssessies in organisaties. Zonder dat mensen weten waar ze het over hebben wanneer ze over karakter spreken, is een dergelijke uitroep een slimme vorm van verzet. Mijn karakter kan ik niet veranderen, dus ik verander niet (ik kan het niet en ik wil het niet). Je ware karakter komt echter pas naar boven, wanneer je bereid bent te kijken naar de (negatieve en beperkende) overtuigingen die je hebt en de moed op kan brengen om deze onder ogen te zien. Als je beperkende overtuigingen wegvallen, dan valt er ook een schil van je af, een masker dat we vaak verwarren met ons werkelijke karakter.
Ja, wij moeten veranderen. We leven niet alleen in een tijd van verandering, we zijn zelf de oorzaak van die veranderingen, dus kunnen we er maar beter actief en bewust aan meewerken. Jij hebt een keuze: onbewust blijven van jouw rol in het grotere geheel of meewerken aan je eigen persoonlijke ontwikkeling, waardoor je de weg vrijmaakt voor vele anderen om hun leven ook in eigen hand te nemen en gelukkiger te worden, door te worden wie je werkelijk bent. Zodra je kan zien wie je nu bent, waar je jezelf voor de gek houdt, welk gedrag je erg veel energie kost zonder dat je er iets voor terug krijgt, kun je een andere richting kiezen en ander gedrag gaan ontwikkelen. Een nieuwe gedragslijn die jou weer in evenwicht brengt en die je meer energie oplevert, doet wonderen voor je welbevinden en voor je creativiteit.
Waarom en hoe houden we onszelf voor de gek?
Het waarom is vaak erg eenvoudig. Betrap je jezelf er wel eens op dat je jezelf sterker voordoet dan dat je bent? Kun je zien dat je dat wel eens doet omdat je graag een bepaald positief beeld van jezelf wil laten zien? Besef je diep van binnen dat je niet afgewezen wil worden, anderen niet wil teleurstellen, dat je je verplicht voelt om een bepaalde façade in stand te houden? Leef je misschien het leven waar anderen in je omgeving zo vaak van hebben gedroomd, maar dat niet jouw leven is? Als je dat van jezelf kan gaan zien, dan kun je erkennen dat je een leugen leeft, omdat je anderen niet wil teleurstellen. HSP’s zijn daar doorgaans erg goed in.
Iedereen heeft een sleutel naar zijn of haar werkelijke zelf
Voor iedereen zit er diep van binnen een sleutel die toegang geeft tot de essentie van jezelf.
Hier volgt het ware verhaal van een HSP die zichzelf totaal heeft ontkend:
Reeds toen ik geboren werd voelde ik weerstand tegen alles om me heen. Ik wilde niet worden aangeraakt. Ik maakte een afschermend gebaar. Ik was een wezen van licht en de plek waar ik terecht was gekomen, was alles behalve het licht waarin ik toen nog werd gehuld. In die eerste seconden van mijn leven was ik mijzelf en had ik een glasheldere blik op de wereld om mij heen. Daarna werd alles zwart.
Dit heb ik ervaren in een rebirthing sessie tijdens een training in emotioneel lichaamswerk. In de bijna veertig jaar dat ik hier op aarde ben, was mijn leven een aaneenschakeling van zelfontkenning. Ik ben van jongsaf aan door mijn omgeving gepest. Iedereen voelde dat ik anders was. Ik heb alles gedaan om mijzelf aan te passen. Ik deed dat omdat ik mijn grootste pijn wilde vermijden. De pijn van de eenzaamheid. Ik wilde erbij horen, maar omdat ik me permanent voordeed als iemand anders, misschien wel zonder dat ik het in de gaten had, voelden mensen hoe zwak ik was. Het is heel mijn leven erg eenvoudig geweest om mij te manipuleren. Nu ik onder begeleiding opnieuw terug ben gegaan naar die eerste momenten van mijn leven, net na de geboorte, voel ik wie ik werkelijk ben. Als ik er contact mee maak, gebeuren er nu twee dingen. Ik voel me blijer en lichter worden, maar ik krijg ook weer een donker waas voor mijn ogen. Ik ken dat. Het gebeurt steeds wanneer ik in contact kom met mijn werkelijke zelf. Het licht dat ik in en om mijzelf ervaar laat mij meteen ook alle pijn voelen van al die momenten dat ik het contact met dat licht was kwijtgeraakt. Het is zo raar, om blij te zijn en toch die doffe pijn te voelen. Ik weet nu echter dat ik daar doorheen moet.
Als je in staat bent om in dat zwarte gat of naar die donkere sluier te kijken, en je kunt dat volhouden door erin te ademen, dan komt er een moment dat het zwarte zich oplost. Je hoeft er alleen maar naar te kijken en te zeggen "kom maar". Het zwarte lost op en je wordt weer licht van binnen. En dan kom je ook meteen in contact met je diepste kracht.
Thuiskomen in het wezen dat je werkelijk bent
De HSP uit de voorgaande tekst heeft haar lichtheid teruggekregen door de confrontatie met haar donkere kant aan te gaan. Om uit te leggen hoe dit werkt vraag ik je om je voor te stellen dat je geboren wordt in het licht. Dat licht wordt jou helemaal gegund, niemand is jaloers op die lichte kant van je. Dat betekent dat je opgroeit met alleen kennis van en ervaring in de lichtkant. Het is dan erg moeilijk om aan anderen uit te leggen wat die lichtkant eigenlijk is. Je kent namelijk de andere kant niet. Je kunt die lichtkant nergens mee vergelijken. Maar als je tijdens de eerste helft van je leven in een soort duisternis hebt geleefd en je je regelmatig hebt afgevraagd of er ooit nog licht zou komen aan het eind van de tunnel, dan ken je de andere kant. En als dan het licht terugkeert in je wezen, dan ben je als geen ander in staat om dat licht op anderen over te dragen. Anderen voelen en ervaren dat je een weg hebt afgelegd, waardoor je weet waarover je spreekt.
De essentie van HSP zijn
Als HSP wordt je geleerd om eerst jezelf te ontkennen. Die ontkenning kent verschillende gradaties. Voor iedere HSP is dat verschillend. Doordat je, vanwege je fysieke conditionering, voortdurend afgestemd bent op de buitenwereld en op "de ander", leer je om te overleven op het territorium van de ander. Je leert als het ware om te zijn wie je niet bent. En dat is het begin van een vaak lange weg van het duister naar het licht, waarin je eerst moet zijn wie je niet bent, voordat je kunt zijn wie je bent. Het moment waarop de schakelaar wordt omgedraad, kan een ontmoeting zijn met iemand, het kan een boek zijn dat je leest en het kan een spirituele ervaring zijn, een vorm van eenheidsbeleving met bijvoorbeeld de natuur. Ergens geeft jouw wezen het startschot voor een nieuwe weg. De tekenen voor die nieuwe weg moet je leren onderscheiden. Je krijgt op een gegeven moment steeds meer aanwijzigen welke kant het met je leven opmoet. Een voorwaarde is wel dat je gaat zien hoezeer je geleerd hebt om alles onder controle te houden. Dat is de grote paradox van een HSP. Je weet dat je zo gevoelig bent, dat het een soort tweede natuur wordt om heel erg op je hoede te zijn. Dat maakt je dus een gevoelig wezen, dat echter zijn/haar gevoeligheid op een extreme manier afschermt om te kunnen overleven. Dat is de belangrijkste reden dat HSP’s, van oorsprong gevoelsmensen, leren om te overleven vanuit hun hoofd en om vaak op een uitgesproken mentale manier in het leven te staan. Soms zo sterk dat het hele gevoelskanaal er compleet door wordt geblokkeerd of slechts bij de allerintiemste vrienden wordt geopend.
Het tegenovergestelde komt ook voor. Een totaal afwezig zijn van mentale concepten, omdat deze als beknellend worden ervaren. Dan wordt je iemand die erg veel voelt en ervaart maar geen richting kan geven aan zijn/haar leven en als een ongeleid projectiel door het leven gaat. Je krijgt weinig spiegeling van anderen omdat je in een dergelijke toestand zo glad bent als een aal. Je kan je vrij voelen, maar in feite weet je dan ook niet wie je werkelijk bent.
De essentie van het HSP zijn komt er in feite op neer dat je via de duisternis van je eigen ontkenning, het licht van je supergevoelige natuur leert kennen, om jezelf vervolgens alles te geven wat je nodig hebt zodat je uiteindelijk moeiteloos en vol vreugde en erkenning een licht voor anderen kan zijn.
Als u vanuit uw persoonlijke situatie wilt reageren op deze tekst, dan kan dat via
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Met dank,
Felix Brabander



